Wat doet het ministerie van Buitenlandse Zaken voor
Nederlandse gedetineerden in het buitenland.
Het ministerie:
-
verstrekt Nederlandse gedetineerden
in landen buiten Europa maandelijks een schenking
van euro 30,-
-
berekent voor periodieke
overboekingen van familieleden/vrienden van
gedetineerden éénmalig een bedrag van euro 50,- aan
bemiddelingskosten
-
kan gedetineerden rijksvoorschotten
verstrekken voor levensonderhoud, de aanschaf van
kleding en medicijnen en eventueel ook de kosten
voor de terugreis naar Nederland na de detentie.
Hiervoor moet de gedetineerde een schuldbekentenis
tekenen, een zogenaamde Overeenkomst van Geldlening
(OvG)
-
kan de inschakeling van
‘vertrouwensadvocaten’ financieren om een second
opinion te formuleren als er gerede twijfel bestaat
of een rechtszaak volgens de regels van het
betrokken land is verlopen
-
subsidieert activiteiten gericht op
reclassering, die de gedetineerde tijdens zijn
buitenlandse detentie op zijn terugkeer in de
Nederlandse maatschappij kunnen voorbereiden.
Hieronder vallen ook activiteiten op het gebied van
(taal)onderwijs
-
subsidieert activiteiten gericht op
de geestelijke ondersteuning van gedetineerden,
waarbij met name kan worden gedacht aan bezoeken van
Nederlandse geestelijken aan Nederlandse
gedetineerden.
Nederlandse vertegenwoordigingen:
-
bezoeken gearresteerde landgenoten
zo snel mogelijk nadat zij van hun arrestatie hebben
vernomen
-
leggen bezoeken aan gedetineerde
landgenoten af al naargelang de noodzaak of behoefte
daaraan bestaat. Nederlandse gedetineerden in landen
verder verwijderd van Nederland en familie en in
gevangenissen met minder goede omstandigheden dan in
Nederland zullen over het algemeen vaker worden
bezocht
-
lichten een gearresteerde landgenoot
zo spoedig mogelijk in over de mogelijkheden en
voorwaarden van rechtsbijstand in het land waar hij
is gearresteerd
-
wonen indien mogelijk en
noodzakelijk de rechtszitting van een Nederlandse
gearresteerde bij.